Home

 Nationaal Congres PCZ

 Wat is preconceptiezorg?

 Waar is preconceptie-
zorg mogelijk?

 Bestuur en Organisatie

 Nieuws en agenda

 Hoe kunt u helpen?

 Documenten

 Links

 

Eerste Nationaal Congres Preconceptiezorg 19 september 2008

Lonneke Niewenhuijse

Op 19 september jl. vond in het Domus Medica te Utrecht het Nationaal Congres Preconceptiezorg plaats georganiseerd door de Stichting Preconceptiezorg Nederland in samenwerking met de VSOP. Een veelzijdigheid aan sprekers passeerde de revue. Onder andere vanuit het ministerie van VWS, diverse academische centra, de Verloskunde Academie Rotterdam , het Erfocentrum en de Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen. De dag toonde een reëel beeld van de organisatie en samenwerking die vereist is om Preconceptiezorg te kunnen implementeren en verankeren in de eerstelijns zorg.

Stand van zaken VWS omtrent preconceptiezorg

Dagvoorzitter Prof. Dr. ten Kate, voorzitter van de Stichting Preconceptiezorg Nederland opende het congres, waarna Paul Boom, senior medewerker bij VWS, secretaris en lid van de Stuurgroep Zwangerschap en Geboorte het spits afbeet van de sprekers in de ochtend. Sinds een half jaar heeft hij het dossier verloskunde onder zijn hoede mogen nemen. ‘Een uitdagend dossier. De Kamervragen zijn nog niet beantwoord of ze liggen er al weer.’ Verloskunde staat zijns inziens erg in de belangstelling. ‘Het is nu alweer vier jaar geleden dat het fundament is gelegd voor de preconceptiezorg tijdens de Bilderbergconferentie, maar hoe kijkt de overheid op het moment eigenlijk tegen preconceptiezorg aan? Het advies vanuit de gezondheidsraad september 2007 luidt; gezonder en langer leven begint al voor de conceptie. De gezondheidsadviezen met betrekking tot de zwangerschap luiden een gezonde leefstijl, niet roken, niet drinken, geen drugs, voldoende bewegen, het gebruik van vitamine D en foliumzuur. In Januari 2008 gaf minister Klink een eerste reactie op de preconceptiezorg, die is meegenomen in de uitgebreide brief die de minister op 16 juni aan de kamer heeft geschreven. Hij vindt preconceptiezorg belangrijk en het verlenen van preconceptiezorg dient ingebed te zijn in het zorgsysteem. Er moet een landelijk programma komen, maar dat is nu nog niet aan de orde. In oktober is er een algemeen overleg met de Tweede Kamer over dit onderwerp. Wat is de effectiviteit van een landelijk programma? Wat gaat de overheid wel en niet doen? Hoe kan de zorgketen verbeterd worden? De Stuurgroep Zwangerschap en Geboorte speelt hier een rol in. Deze zal in 2010 advies aan de minister uitgebrengen. ZonMw is gevraagd samen met de beroepsgroep een indicatielijst te ontwikkelen voor preconceptiezorg en aan het college van zorgverzekeraars is advies gevraagd over opname van preconceptiezorg in de zorgverzekering. Het is belangrijk dat er een helder pakket komt waarvoor een draagvlak is. In Rotterdam is er al veel gebeurd met de pilot preconceptiezorg. VWS treedt graag in contact met betrokkenen beroepsgroepen. Het veld is nodig. We kunnen dat niet alleen,’ aldus Dhr. Boom. ‘We kunnen ons niet permitteren aan de kant te blijven staan.’ De voordracht van Dhr. Boom bracht gemengde reacties te weeg. Zoals een verloskundige uit de zaal direct na zijn voordracht opmerkte: ‘U zegt heel veel woorden en ik zeg nee. We hebben niets nieuws gehoord. Zoals iedereen weet is er nog niet zolang geleden een brief aan de kamer geschreven. Allereerst dient er door de Stuurgroep onderzoek te worden gedaan naar de effectiviteit van preconceptiezorg. Ik had gehoopt dat u had gezegd de noodzaak in te zien van preconceptiezorg.’ Dhr. Boom probeerde hierop zijn uitlatingen te verzachten. ‘De stuurgroep is een ambtelijk verhaal. Je kan niet vanuit de toren in Den Haag op een paar knoppen drukken. Dit vergt een enorme hoeveelheid vitaliteit.’ Waarop de verloskundige weer reageerde: ‘Wij zijn juist veel te afwachtend.’ Dagvoorzitter ten Kate schoot te hulp met de woorden: ‘Er moet wat gebeuren!’

Recht op een gezonde start

In Rotterdam is er veel gaande op het gebied van preconceptiezorg. Zo vertelde de tweede spreker van de ochtend, Prof. Dr. Steegers, hoogleraar verloskunde en prenatale geneeskunde aan het Erasmus MC in Rotterdam. Speerpunten van het plan om preconceptiezorg te implementeren in de hoofdstad van Zuid-Holland zijn: onderzoek naar de noodzaak van preconceptiezorg (prevalentie en determinanten perinatale sterfte en ziekten), programma-ontwikkeling voor algemene individuele preconceptiezorg (ZwangerWijzer en PreconceptieWijzer), aanvalsplan perinatale sterfte Rotterdam, de pilot preconceptiezorg in achterstandswijken, programma-ontwikkeling voor specialistische preconceptiezorg , programma-ontwikkeling voor preconceptie leefstijladvies en onderzoek naar medicaliseringsaspecten van preconceptiezorg. Dat er iets moest gebeuren in Rotterdam was duidelijk. Eén op de zes kinderen hadden een ‘ongezonde start’ bij de geboorte; van de 9000 baby’s die jaarlijks in Rotterdam geboren worden bedraagt de perinatale sterfte 100 kinderen en zijn er 230 aangeboren afwijkingen, 630 pasgeborenen die te licht van geboorte gewicht zijn, 720 te vroeggeborenen en 130 kinderen die bij de geboorte een suboptimale conditie hadden (Apgar 5 min <7). Dit betekent dat het percentage ‘ongezonde kinderen’ 21% meer bedraagt dan het landelijk gemiddelde ofwel 265 ‘extra’ ongezonde kinderen per jaar. In Rotterdam zelf is er per gebied verschil op te merken. In de prachtwijken (40% kinderen, waarvan 75% allochtoon) is het percentage kinderen met een ‘ongezonde start’ 17% hoger dan in niet prachtwijken; de perinatale sterfte is 36% hoger, prematuriteit 5% hoger, dysmaturiteit 43% hoger en een suboptimale conditie bij de geboorte 49% hoger. Deze cijfers liegen er niet om. Perinatale sterfte maakt preconceptiezorg in Rotterdam noodzakelijk! We komen steeds meer te weet over de factoren die meespelen die van invloed kunnen zijn op de gezondheid van het ongeboren kind. Embryogenese en vroege placentatie blijken essentieel voor uitkomsten van de zwangerschap. Wanneer hier iets in misgaat kan dit leiden tot congenitale afwijkingen, vroeggeboorte en groeivertraging. Tevens is er een interactie met genetische en omgevingsfactoren en kunnen er complicaties optreden als pre-eclampsie en prematuriteit. De uitkomst van de zwangerschap blijkt ook zijn invloed te hebben op de gezondheid op latere leeftijd. Daarom: bezint eer ge bemint! De baarmoeder is niet altijd veilig. We willen toe naar het voorkomen van afwijkingen en ziekten bij moeder en kind door het opsporen en indien mogelijk elimineren van risicofactoren vóór de bevruchting . ‘We zijn een samenwerkingsverband aangegaan met het Erfocentrum. Hun site zwangerwijzer.nl is van grote waarde voor koppels met een kinderwens. De site kent dan ook 400-500 serieuze bezoekers per dag en kan een heus succes genoemd worden. Voor de zorgverlener is zwangerwijzer.nl een belangrijk instrument tijdens het preconceptieconsult om de gegevens van zwangerwijzer.nl te kunnen downloaden en naar aanleiding van de ingevulde vragenlijzen adviezen te kunnen geven.

Een vraag die opkomt als je aan preconceptiezorg denkt is hoe bereik je mensen? Juist de meest kwetsbare doelgroep is het moeilijkst te bereiken. Wij hebben folders bij mensen in de bus gedaan en posters langs de weg en bij hulpverleners opgehangen. Alles om proberen de mensen te bereiken, want mensen weten absoluut niet genoeg. Tijdens deze informatiecampagne nam het gebruik van zwangerwijzer.nl met 250% toe. De consulten echter niet, waaruit we kunnen concluderen dat als je campagne voert je dit langdurig moet doen. We streven ernaar in 10 jaar tijd ‘Recht op een gezonde start’ te realiseren. Het speerpunt van de perinatale gezondheid in Rotterdam bereiken door de handen ineen te slaan, (lokale) bundeling van zorgprofessionele, onderwijskundige, wetenschappelijke en politieke krachten. ‘Een ongezonde start’ bij de geboorte is geen geïsoleerd gezondheidsprobleem, maar een breder maatschappelijk probleem. Onze doelstellingen voor de pilotstudie preconceptiezorg luiden als volgt: het bekend maken van preconceptiezorg onder de bevolking van deelgemeente Noord, introductie van gestructureerde preconceptiezorg aan wensouders, het bereiken van alle etnische groepen en van alle sociaal-economische groepen en de combinatie preconceptiezorg en maatschappelijke hulpverlening. Publieksvoorlichting door middel van lokale media, posters en (multicultureel) foldermateriaal. De doelgroepen zijn aanstaande ouders en met name aanstaande vrouwen, jonge meiden/ vrouwen op school, de sociale culturele omgeving van vooral de aanstaande moeder. In het kader van de programmaontwikkeling voor preconceptie leefstijl advies is er zelfs een persoonlijke mobiel leefstijl programma ontwikkeld, waarbij door middel van persoonlijke vragenlijsten, je via je telefoon persoonlijk feedback krijgt en verschillende thema’s zoals roken, drinken, foliumzuur, voeding aan de orde worden gesteld. We hopen zo zoveel mogelijk aanstaande ouders, aanstaande moeders te bereiken en leefstijl advies te kunnen geven. En om met het thema van de VAR te spreken: Samen naar beter gaan!’

Arbeid en preconceptiezorg

De volgende spreker Dr.Teus Brand, bedrijfsarts, werkzaam als klinisch-arbeidsgeneeskundige bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten, onderdeel van het AMC, te Amsterdam, stelde tijdens zijn voordracht arbeid en preconceptiezorg aan de orde. In het AMC heeft de preconceptiezorg al een tijdje de aandacht. Zo wordt er gekeken naar zwangerschapscomplicaties en werkfactoren die van invloed zijn op de gezondheid van de zwangere en het ongeboren kind. Werk(omstandigheden) van de zwangere draagt bij aan ongeveer 5% van de complicaties tijdens de zwangerschap. De zwangerschapscomplicaties waar het om gaat zijn miskraam, vroeggeboorte, laag geboortegewicht naar zwangerschapsduur, hypertensie en pre-eclampsie, aangeboren afwijkingen, doodgeboorte en ontwikkelingsstoornissen. Werkfactoren met een hoger risico op zwangerschapscomplicaties zijn onder te verdelen in:

  • Algemene factoren: fysieke belasting, psychische belasting, ploegendienst
  • Chemische factoren: oplosmiddelen, metalen, pesticiden, anesthesiegassen en cytostatica
  • Fysische factoren; warmte, koude, straling, lawaai en trillingen
  • Infecties.

De volgende spreker Dr. Teus Brand is tijdens zijn voordracht vooral ingegaan op de chemische en algemene factoren. Uit diverse onderzoeken bleek dat deze factoren daadwerkelijk (ongekende) gevaren op kunnen leveren voor moeder en kind. Dientengevolge biedt het positief beďnvloeden van de werkfactoren vóór de conceptie en gedurende het eerste trimester van de zwangerschap een goede kans voor (primaire) preventie en kan op deze manier een bijdrage leveren aan het voorkomen van zwangerschapscomplicaties. Tot slot concludeerde Teus Brand dat de voorlichting over werkfactoren in het algemeen beter kan. Daarom is hij erg blij dat recent subsidie is toegekend door SZW om een module ‘werk en zwangerschap’ te ontwikkelen en aan de website www.zwangerwijzer.nl toe te voegen. Het is de bedoeling dat dit project de komende tijd zal worden uitgevoerd door het Erfocentrum in samenwerking met het Erasmus MC en het NCvB.

De verloskundige en preconceptiezorg

Angela Verbeeten, verloskundige, vice-voorzitter van de KNOV en secretaris van Stichting Preconceptiezorg Nederland was de hekkensluiter van de ochtend. Zij geeft zelf kinderwensspreekuur in haar eigen praktijk. In 2003 is ze betrokken geraakt bij de landelijke werkgroep preconceptiezorg die zich boog over de vraag wat de betrokkenheid van verloskundigen is en moest zijn met preconceptiezorg. ‘Ook bij mij rijst de vraag, waarom het allemaal zolang moet duren. Beleidmakers rekenen in jaren. Voor ons, verloskundigen, is er elk jaar weer 1,5 zwangerschap voorbij. Als we geen preconceptiezorg hebben kunnen aanbieden is hiervoor een generatie verloren gegaan. In 2005 is het KNOV-standpunt Preconceptiezorg geformuleerd: preconceptiezorg aan de algemene bevolking moet plaatsvinden in de eerste lijn (verloskundigen of huisartsen) op een eerstelijns locatie, waar risicoselectie, voorlichting en zo nodig verwijzing zal plaatsvinden. Verloskundigen en huisartsen zijn opgeleid in risicoselectie en bevoegd om te verwijzen. Preconceptiezorg vraagt om maatwerk en dus een persoonlijk consult voor ouders met een kinderwens. In oktober 2006 zijn we van start gegaan met de pilot preconceptiezorg welke tot juli 2007 heeft gelopen. In 20 praktijken hebben kinderwensconsulten plaats gevonden. In alle deelnemende praktijken waren verloskundigen bijgeschoold. Het hoofddoel van deze pilot was aanbevelingen te doen voor landelijke invoering van preconceptiezorg door verloskundigen in de eerste lijn en het subdoel het ontwikkelen en uittesten van de benodigde instrumenten zoals posters, ansichtkaarten en persberichten. Er verschenen artikelen en berichten in landelijke en regionale media. Het kinderwensconsult is in principe een eenmalig consult. We vragen de aanstaande ouders tevoren om de ZwangerWijzer in te vullen en nemen een anamnese van beide ouders af. Daarnaast geven we voorlichting en adviezen aan de aanstaande ouders met betrekking tot zwanger worden, zwanger zijn, gezondheid en leefstijl en vragen zo nodig extra informatie op. Tot slot maken we een samenvatting en indien nodig wordt bij bepaalde risico’s doorverwezen. Met toestemming van het paar gaat er een kopie van het verslag naar de huisarts. Redenen voor cliënten om naar een kinderwensconsult te komen blijken divers. Cliënten komen niet alleen voor algemene voorlichting en leefstijl maar ook voor voorlichting en advies over vruchtbaarheid, medicijngebruik, medische aandoeningen en prenatale screening. In een vervolg op de pilot zijn 20 registraties geanalyseerd van vrouwen die na het kinderwensconsult zwanger zijn geworden, wat ondanks de kleine aantallen uniek is. Het kinderwensspreekuur had gevolgen voor de leefstijl van aanstaande ouders (zoals stoppen met roken en alcohol) en op het gebruik van foliumzuur en medicatie zoals antidepressiva. De conclusie die we na de pilot plus vervolganalyse kunnen trekken is dat verloskundigen een goede start hebben gemaakt met preconceptiezorg. Helaas zijn vrouwen met lage SES slecht bereikt, wat ons brengt op het knelpunt dat preconceptiezorg niet als basiszorg vergoed wordt. In 2006 hebben we samen met ZN (nu CVZ) bij de NZA een tariefverzoek ingediend, maar men wilde eerst adviezen van ondermeer de Gezondheidsraad en VWS afwachten. VWS heeft gevraagd aan CVZ of preconceptiezorg tot de verzekerde zorg behoort. CVZ komt tot de volgende uitspraken; programmatische aanpak en collectieve maatregelen vallen niet binnen de zorgverzekeringswet. Echter afzonderlijke onderdelen kunnen wel onder de verzekerde zorg vallen zoals advies over gezonde voeding en foliumzuursuppletie, adviezen met betrekking tot aanpassing van medicatiegebruik, adviezen voor behandelingen van bestaande ziekten en voorgaande zwangerschapscomplicatie en het opsporen van risico’s aan de hand van de anamnese en aanbieden van genetische counseling. Dit zijn allemaal onderdelen die ook in het Standpunt Preconceptiezorg van de KNOV worden benoemd. CVZ antwoord naar de minister dat het CVZ slechts over het Standpunt Preconceptiezorg van de KNOV beschikt. Dit acht het CVZ een te summiere onderbouwing. Op het moment dat er een multidisciplinaire richtlijn ontwikkeld is zal het CVZ de minister nader berichten. Echter de gezamenlijke aanvraag bij ZonMw voor het ontwikkelen van een multidisciplinaire richtlijn preconceptiezorg ( Preconceptie Indicatie Lijst) is afgewezen. Je vraagt je af hoe dit mogelijk is: minister Klink hecht hoge waarde aan preventie, het CVZ laat weten dat onderdelen tot verzekerde zorg behoren, verloskundigen willen aan de slag en ook zorgverzekeraars vinden deze zorg thuis horen in hun pakket. Het cirkeltje is rond, we kijken naar elkaar en wachten op elkaar. Wie doorbreekt deze cirkel?’

Ontwikkelingen en onderzoek op het gebied van preconceptiezorg

De diverse workshops tijdens het middagprogramma schetsen een goed beeld van wat er op dit moment al allemaal gaande is op het gebied van preconceptiezorg. Diverse onderzoeken op het gebied van preconceptiezorg werden nader belicht. Zowel onderzoeken die al zijn uitgevoerd, als onderzoeken die op dit moment worden opgestart kwamen aan bod. Voorlichting blijkt bij (aanstaande) ouders tot kennis en leefstijlverandering te leiden, hetgeen tot betere zwangerschapsuitkomsten kan leiden. Om zoveel mogelijk (aanstaande) ouders te bereiken is het van groot belang al tijdig met voorlichting te beginnen. Te denken valt aan voorlichting op middelbare scholen en het geven van anticonceptiespreekuren. Niet alleen verloskundigen en huisartsen kunnen een belangrijke rol vervullen als het gaat om preconceptionele adviezen, ook de apotheek kan op het gebied van preconceptiezorg informatie aan aanstaande ouders geven. Daarnaast is het van belang dat preconceptioneel advies niet alleen goed opgeleide autochtonen bereikt, maar juist ook laag opgeleide Nederlanders en migranten. Indien nodig worden zij in de eigen taal en cultuur geďnformeerd over de mogelijkheden van onderzoek rondom zwangerschap, de mogelijkheden van preconceptiezorg, prenataal onderzoek en de neonatale hielprik. Multidisciplinaire samenwerking lijkt het sleutelwoord om (aanstaande) ouders te bereiken en begeleiden. Er vielen ook kritische noten te beluisteren. Preconceptie kan namelijk gezien worden als het tegenovergestelde van natuurlijk. Het is en blijft een interventie in het proces van zwanger worden. What’s next? Examen in het ouderschap? De ontwikkelingen binnen de preconceptiezorg rijgen zich aaneen met een vaart als een doordenderende trein. Wellicht levert de kennis van de risico’s extra stress op. Of vermindert het juist angsten? Veel mensen zien zwangerschap als een wonder. Door preconceptiezorg kan een zwangerschap teveel gerationaliseerd en gemedicaliseerd worden. Maar informeren is niet per definitie medicaliseren. Aan zorgverleners is de taak eventuele ongemakken bij preconceptioneel advies weg te nemen, (aanstaande) ouders te informeren, adviseren en begeleiden op weg naar de zwangerschap, maar ook tijdens de zwangerschap en rondom de bevalling, hetgeen een wonder kan blijven.

Onderweg naar morgen

Tot slot van de dag werd door middel van een paneldiscussie in interactie met de zaal verder ingegaan op de vraag: ‘Wat hebben we bereikt en hoe realiseren we ons doel?’


Panelleden:
  • De voorzitter van het panel was Mw. Cornel, hoogleraar Community Genetics aan het VUMC.
  • Dr. ten Kate, voorzitter van de stichting Preconceptiezorg Nederland (PCZN)
  • Mw. Schermers, gynaecoloog en d Tweede- Kamerlid voor het CDA
  • Mw. Arib, Tweede- Kamerlid voor de PvdA,
  • Dhr. Oosterwijk, directeur van de VSOP en bestuurslid PCZN
  • Mw. Kruger, zorginhoudelijk adviseur bij verzekeraar Agis, afdeling geboortezorg.

In het kort werd de dag samengevat door de panelvoorzitter. VWS heeft als boodschap achtergelaten: ‘Preconceptiezorg is heel belangrijk, maar er hoeft geen programmatiche aanpak te komen.’ Die boodschap leidt tot een spanningsveld tussen beleidsmensen en de zorgverleners in het veld: de verloskundigen en huisartsen, die liever vandaag dan morgen aan de slag gaan en graag antwoord krijgen op de vraag hoe we belangrijke doelen kunnen realiseren. Overigens waren alle partijen van mening dat preconceptiezorg in de eerstelijn, gegeven door verloskundigen en huisartsen, moet gaan plaatsvinden en ook een belangrijke rol is weggelegd voor de apotheek. Het is alleen zo jammer dat de afwachtende houding van de overheid in schril contrast staat met het enthousiasme van de personen die het uiteindelijk moeten gaan doen. Zorgverzekeraar Agis gaf aan het belang van preconceptiezorg in te zien en hier op diverse wijze aan te willen bijdragen. Naast het sluiten van een convenant met de steden Utrecht en Amsterdam en overleg met de Rossen om tot een plan van aanpak te komen om preconceptiezorg te kunnen implementeren in de eerste lijn, biedt Agis in een aanvullende polis een preconceptieconsult aan. Ook Mw. Arib en Mw. Schermers lieten duidelijk merken dat ze het belang inzagen dat preconceptiezorg voor iedereen toegankelijk wordt. ‘Niet alleen voor de happy few,’ zoals Dhr. ten Kate zei. De rode draad van het verhaal, eigenlijk de rode draad van de dag was toch de roep om krachten te bundelen, te zorgen voor een goede coördinatie en afstemming tussen de beroepsgroepen, in afstemming met patiëntenorganisaties, om samen goede preconceptiezorg vorm te kunnen geven. Of in de woorden van een van de sprekers: Samen naar beter! Het Nationaal Congres Preconceptiezorg 2008: een dag die veel enthousiasme uitstraalde en opriep. Een dag onderweg naar morgen.

Lonneke Niewenhuijse is verloskundige en redactielid van het Tijdschrift Voor Verloskundigen

 
 

© Stichting Preconceptiezorg Nederland 2006